Maandag 07 Augustus 2017 - 10:19

Revalideren en relativeren

Vrijdag 7 augustus 2015. Het berichtje op ITWM is kort: ‘Breedijk een tijdje uit de roulatie vanwege knieblessure’, luidt de kop. Een handjevol reacties van bezoekers. Ze discussiëren over wie de betere optie als rechtsback is: Breedijk of Van Buuren. De naam Dumfries valt niet eens: dat is een onbekende jeugdspeler die nog weinig heeft laten zien.

Het is komkommertijd. Slechts weinigen vermoeden dat Sparta aan het begin staat van een kampioensjaar dat de club terug zal brengen naar het hoogste niveau. En niemand kan vermoeden dat de kop boven het stukje hopeloos optimistisch zal blijken. Want Breedijk is niet ‘een tijdje’ uit de roulatie. Het duurt maanden voor hij weer kan spelen. En als het in maart 2016 eindelijk zo ver is, slaat het noodlot ogenblikkelijk weer toe. Bij zijn rentree in Jong Sparta, tegen FC Groningen, valt hij na tien minuten al uit. Al snel wordt duidelijk dat het ernstig is: opnieuw moet Breedijk revalideren en het duurt ruim een jaar voor hij weer zijn opwachting mag maken bij de beloften.

Revalideren. Dat is naar de club gaan en niet links afslaan naar de kleedkamer, maar rechtsaf, naar het krachthonk. Geen medespelers hier, alleen een fysiotherapeut. Je neemt plaats op een van de toestellen. Het roeiapparaat vandaag. Door het openstaande raam komen de geluiden binnen vanaf het trainingsveld. Geschreeuw, coaching, gelach. De donderende stem van de trainer. Je doet de oordopjes van je iPod weer in en beukt verder, tegen de stroom in, onophoudelijk teruggeslagen naar het verleden.

Revalideren. Dat betekent: niet meegaan op trainingskamp, niet aanwezig zijn bij wedstrijdbesprekingen. Je bekijkt wedstrijden vanaf de tribune, ziet anderen fouten maken die jij nooit had gemaakt, maar je ziet ook anderen hun debuut maken op jouw positie en een basisplaats veroveren, zich in de kijker spelen. Er worden nieuwe spelers gehaald. Je geeft een hand, maar spreekt ze verder nauwelijks, omdat je zelden nog in de kleedkamer komt. Sommigen blijven, anderen vertrekken al na een paar maanden.

De club wordt kampioen. Natuurlijk ben je van de partij op het kampioensfeest, maar je voelt je een toeschouwer. Je kijkt toe als een toneelspeler vanuit de coulissen. En natuurlijk ben je blij met het succes. Natuurlijk ben je blij. Natuurlijk ben je blij…

Je bent blij met iedere centimeter vooruitgang die je boekt, al maakt die ene centimeter vooral pijnlijk duidelijk hoeveel meters er nog te gaan zijn. Je bent optimistisch, want dat moet je zijn. Je keert terug op het veld. In het zicht van de groep werk je verder aan je herstel. Korte sprintjes langs de zijlijn, voorzichtig weer wennen aan de bal, terwijl even verderop de hesjes verdeeld worden. De nabijheid van de spelersgroep maakt de afstand eigenlijk alleen maar groter.

Intussen zijn we twee jaar verder. Terwijl Denzel Dumfries en Rick van Drongelen (jongens van wie nog niemand had gehoord toen hij geblesseerd raakte) miljoenentransfers maken, mag Breedijk eindelijk weer spelen. Sparta verlengde zijn contract, ondanks de blessure. Zo hoort het ook.

In april maakte hij zijn rentree bij Jong Sparta. Hij ontving de Stichting Casper Comeback Award, een prijs die eigenlijk geen enkele speler wil krijgen, maar die hij niettemin in ontvangst nam. In zijn dankwoord legde hij niet de nadruk op zijn eigen worsteling. Liever maakte hij de vergelijking met mensen die terminaal ziek zijn en niet het toekomstperspectief hebben dat hij gedurende zijn revalidatie wel had: dat is pas echt zwaar. Wat een klasse.

Ik hoop dat Sparta een mooi seizoen tegemoet gaat, met prachtige wedstrijden, schitterende doelpunten, klinkende resultaten. Ik hoop op lijfsbehoud, misschien wel een verrassing in de competitie, wie weet een stunt in de beker. Ik gun alle spelers in het rood-wit het allerbeste. Maar Daniël Breedijk het meest van allemaal.

Cor de Jong

Docent, Spartaan en schrijver van de roman De aanname, verschenen bij uitgeverij Lebowski.



Share |
comments powered by Disqus